Onlangs werd ik vol verwachting wakker, ik zou voor de tweede keer deelnemen aan een markt. Een zogeheten ‘fair’. Authenticiteit, originaliteit en home made, toch? Dat niet iedereen het zo nauw nam met mijn definitie van een ‘fair’, werd mij pijnlijk duidelijk toen ik naar het assortiment keek van de kraamhouder naast mij. Allemaal € 1,00 spulletjes. Dat moeten toch Made-in-China spullen zijn?!

Daar stond ik dan met mijn 100% wolvilten, handgemaakte kussens. Mét bijbehorende prijskaartjes. En toch had ik verrassend veel aanloop. De van mooie spullen hadden mij gevonden. Het regende complimenten. Zelf bedacht? Zelf gemaakt? Wat knap! Ik groeide. En ook de stille bewonderaars hadden mijn stalletje gevonden. Zij slopen naar mijn kraampje, bewonderden, keken naar het prijskaartje en liepen dan weer geluidloos verder.

Tegen het eind van de dag stapte een bewonderaar in mijn pop-up store. Haar oog was gevallen op de zwarte tas met rode en gele tulpen. Ze voelde aan het materiaal, keek tevreden als een spinnende kat op de vensterbank op een zonnige dag. Had zij door dat deze eye-catcher van puur wol was en handgemaakt? Had ik hier met iemand te maken, die wel wilde betalen voor noeste arbeid door een volwassene uit het westen? En toen kwam haar vraag: “Heeft u nog meer van dit materiaal? Dat wil ik onder de sloffen van mijn man doen.” Tja, toen stond ik weer met beide benen op de betonnen tegels van mijn pop-up store. Wachtend op een beter evenwicht tussen kopers en bewoneraars. Zullen de teams gelijk spelen op de volgende fair?